Over de processierups

De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) veroorzaakt de laatste jaren in toenemende mate overlast. Het is een inheemse soort, die vroeger plaatselijk al overlast veroorzaakte. Echter was de overlast de afgelopen jaren zo groot, dat er gesproken kan worden van een plaag. De explosieve toename van de eikenprocessierups heeft een aantal redenen: de grote hoeveelheid eiken in het Nederlandse landschap, het gebrek aan natuurlijke vijanden en gunstige weersomstandigheden. Deze leiden samen tot een optimale situatie voor de rupsen.

Levenscyclus

De eikenprocessierups is de larve van de onopvallende eikenprocessievlinder. De levenscyclus van een nieuwe generatie processierupsen begint bij het afzetten van eitjes. Een vrouwtje legt 250 tot 300 eitjes in de toppen van de boom. De eitjes overwinteren en komen in het voorjaar uit. De jonge rupsen zijn oranje van kleur en sterk behaard. Deze haren zijn echter nog niet de brandharen die tot de overlast leiden. Na de uitkomst beginnen de rupsen direct met het eten van de knoppen of het blad. Doordat de rupsen hard groeien, moeten ze vervellen. Ze vervellen in totaal 5 keer. Het kan ook voorkomen dat de rupsen slechts 4 keer vervellen en dus in het vijfde larvale stadium verpoppen.

Brandharen

Pas na de 2e vervelling krijgen de rupsen de brandharen die de overlast veroorzaken. Deze overlast kan door preventieve bestrijding voor een groot deel voorkomen worden. Dit komt doordat deze bestrijding plaatsvindt vóórdat de rupsen hun brandharen krijgen. In het vierde stadium krijgen de rupsen nog meer brandharen en beginnen ze ook nesten te vormen. De brandharen kunnen bij verstoring actief worden afgeschoten. De haren blijven na het vervellen van de rupsen achter in de nesten. Vanaf het moment dat de rupsen de brandharen krijgen, heeft het geen zin meer om preventief te bestrijden. Aangezien de overlast er al is, wordt er vanaf dat moment curatief bestreden met behulp van zuigapparatuur.

De overlast komt ook bij vee en huisdieren voor. In het bijzonder lijken paarden gevoelig voor de brandharen, maar ook ander vee dat graast in de buurt van besmette eikenbomen kan klachten krijgen. Hooi dat afkomstig is van weilanden waar besmette eiken in de buurt staan kan besmet zijn en is dus ongeschikt als voer.

Nesten

Gedurende de nacht kruipen de rupsen in processie naar de kroon van de boom toe om zich tegoed te doen aan de bladeren. In de ochtend kruipen ze terug naar de nesten, waar ze overdag grotendeels blijven. De nesten bevinden zich over het algemeen in de oksels van de takken en hoog op de stam. Echter, bij hoge temperaturen worden de nesten ook lager op de stam en zelfs op de grond gemaakt. Deze lage nesten kunnen voor veel overlast zorgen en dienen tijdig verwijderd te worden. Wanneer de temperaturen hoger oplopen dan 32 ˚C kunnen de rupsen grondnesten gaan vormen. Hier kunnen ze in zogenaamde diapauze gaan. Deze diapauze kan één jaar tot enkele jaren duren.

Verpoppen

In het laatste stadium hebben de rupsen een lengte van zo’n 3 cm bereikt. Aan het einde van het larvale stadium verpoppen de rupsen tot vlinders. De eerste vlinders kruipen eind juli uit de pop. De volwassen vlinders vliegen van dit moment tot medio september rond. De vlinders komen op licht af en de vrouwtjes verspreiden een feromoon dat de mannetjes aantrekt. Na de bevruchting worden de eitjes afgezet en is de levencyclus rond.